zondag 26 september 2010

een geschiedenis van het lezen (fragment) - alberto manguel

lezers in stilte
Augustinus in Belijdenissen over Ambrosius:
‘Wanneer hij (Ambrosius) las liepen zijn ogen over de bladzijden, en zijn hart doorzocht de betekenis, maar zijn stem en tong rustten. Dikwijls, wanneer wij erbij waren – want het was niet verboden binnen te komen, en het was ook niet de gewoonte iemand aan te dienen – zagen wij hem zo zwijgend lezen en nooit anders.’
Hoewel voorbeelden van lezen in stilte al eerder te vinden zijn, is deze manier van lezen pas in de tiende eeuw gebruikelijk geworden in het Westen.
[…]
Als hardop lezen de norm was van het begin van het geschreven woord, hoe moet het dan zijn geweest als men ging lezen in de grote bibliotheken van de Oudheid? De Assyrische geleerde die in de zevende eeuw voor Christus een van de dertigduizend kleitabletten in de bibliotheek van koning Assurbanipal raadpleegde, de mensen die boekrollen openlegden in de bibliotheken van Alexandrië en Pergamom, Augustinus zelf, op zoek naar een bepaalde tekst in de bibliotheken van Carthago en Rome – ze moeten gewerkt hebben te midden van een massaal gemompel.
[…]

Martialis:
Het vers is van mij; maar vriend, als jij het zegt
Lijkt het van jou, want je verminkt ’t zo slecht

Geschreven woorden zijn, sinds de tijd van de oudste Sumerische kleitabletten, bedoeld geweest om hardop uitgesproken te worden, aangezien de tekens impliciet een specifieke klank bevatten, als een soort ziel. De klassieke zegswijze scripta manet, verba volat – wat in onze tijd is gaan betekenen ‘wat geschreven is, blijft, wat gesproken is, verdwijnt in de lucht’- bedoelde oorspronkelijk precies het tegendeel; deze uitdrukking is ontstaan om het hardop gesproken woord aan te prijzen, omdat het vleugels heeft en kan vliegen, terwijl het zwijgende woord op de pagina bewegingsloos en dood is. Wanneer een lezer een geschreven tekst voor zich kreeg, had hij de plicht stem te geven aan de zwijgende letters, de scripta, en ze zodoende te laten veranderen, met een verfijnde, bijbelse distinctie, in verba, gesproken woorden – geest.

Uit: Alberto Manguel - Een geschiedenis van het lezen (416 pagina’s, Uitgeverij Ambo, 1999
Vertaling van: A History of Reading, 1996)

Over andere boeken van Manguel zie dit boeklog

woensdag 22 september 2010

tududuh op 2 oktober op ROOD|NOOT


















uitverkocht
tududuh myspace
lost bear myspace
bird on the wire myspace

maandag 20 september 2010

verslag van Judith Vogels & Arno Roeleveld

Lees MEI

Op Hemelvaart - donderdag 13 mei 2010 - vond op Rood|Noot in Utrecht de MEI lezing plaats. Deze estafettelezing nam 10 uur in beslag en werd voorgelezen door bijzonder verschillende mensen, namelijk muzikanten, directeuren, politici, boekhandelaren en natuurlijk doven.

Dit festival heeft dove gedichtvertellers gezocht en vond Arno Roeleveld, Judith Vogels en Merel Springer. Het gedicht MEI van Herman Gorter bestond uit drie delen van veel pagina’s. Elk persoon/voorlezer las één pagina voor. De dove gedichtvertellers kregen elk ook één pagina, die ze vertaald hebben naar gebarenpoëzie. Het gedicht was niet de makkelijkste om te vertalen, omdat er veel oude woorden gebruikt werden en veel verwezen werd naar de Griekse mythologie. De horende voorlezers die mee deden met het gedicht voorlezen, moesten de laatste zin van de vorige spreker herhalen. De doven hebben het anders gedaan. Zij lieten de laatste zin van de ene persoon overvloeien in de eerste zin van de andere persoon. De gebarenpoëzie werd vertaald naar het gesproken Nederlands door de tolk Mariska van Zanten.

Bij het festival leek het alsof dat je in een ander wereld stond, want veel mensen waren kunstenaren. Het festival vond buiten plaats en het was een frisse dag. Toen doven aan het presenteren waren, viel het op dat het publiek groter was dan bij de andere sprekers. Na de
presentatie hebben veel mensen enthousiast gereageerd op doven. De gebarenpoëzie was nieuw voor ze en ze vonden het mooi om te zien. Ze zagen regelmatig verband tussen een gebaar en het gesproken woord.

Het was een fantastische dag en de organisator zei dat zij van plan is om het festival volgende jaar weer te organiseren en hoopt dat dove gedichtvertellers weer komen. Het is zeker ook leuk voor iedereen, die van poëzie houdt, in gesproken Nederlands of gebaren.

[geschreven door Judith Vogels & Arno Roeleveld]

zaterdag 18 september 2010

kurt schwitters - dramatische scène (1922)

MAN kotst
VROUW Ruim dat op!
MAN Ik ben misselijk.
VROUW Veeg dat weg.
MAN Ik ben kotsmisselijk.
VROUW Varken, komt er nog wat van?
MAN Ik moet braken.
VROUW Je bevuilt mijn huis.
MAN Ik ben kotsmisselijk.
VROUW En ik spuug op jou.
MAN En ik moet kotsen.
VROUW En ik spuug in je bek.
MAN Hou me vast.
VROUW Mietje!
MAN Jij, jij troost mij.
VROUW Ik zal je slaan.
MAN O, jij bent goed.
VROUW Varken, egel!
MAN O, jij!
VROUW Bek dicht, ezel!
MAN Ik moet alweer kotsen.
VROUW slaat Dat bromt.
MAN Au.
VROUW Dat kletst.
MAN Goede vrouw!
VROUW Kreng.

RadioBaken op Soesterberg 18 t/m 26 september

Vliegbasis Soesterberg is uniek in Nederland: meer dan veertig jaar was de basis ontoegankelijk voor publiek. Nu wordt het als natuurgebied teruggegeven aan de Utrechtse inwoners. Van 18 t/m 26 september verschijnt op de landingsbaan het radiostation met daar omheen zeven kleine ontvangsthuisjes. In negen uitzendingen ontrafelt kunstenaar Robbert van der Horst samen met zijn gasten deze paar honderd vierkante meter Nederland.

RadioBaken is een live radioverslag, documentaire én theatervoorstelling tegelijk. Kom langs en word deelgenoot van de uitzending of luister in de buurt naar je radio (105 FM). Hoor de verhalen van bewoners rondom de basis, ontmoet een oud vliegenier, proef de zelfgebakken cake van de buurvrouw en ervaar de weidsheid van het landschap.

RadioBaken is onderdeel van de Week van het Landschap en wordt mede mogelijk gemaakt door de Vrede van Utrecht. In voormalige shelters van de F-15’s, op de landingsbaan en in munitiebunkers vindt in die week een natuur- en cultuurfestival plaats. De Vrede van Utrecht ontwikkelt de komende jaren culturele activiteiten op weg naar 2013 onder de noemer ‘Soesterberg Art Port’.

Locatie: Vliegbasis Soesterberg
Data: 18 t/m 26 september (behalve maandag)
Tijden: van 14.00 tot 15.00 uur en op zaterdag 25 sept van 16.00 tot 17.00 uur kom een ruim kwartier eerder!!!
Frequentie: 105 FM
Toegangsprijs € 5,- per persoon
Reserveren is NIET noodzakelijk, maar mag wel, klik hier . Verzamelplaats voor Radiobaken is het Paul Lemmenfietspad dat loopt over de grote baan. Te bereiken via de hoek van de Montgomeryweg en Batenburgweg (bedrijventerrein Soesterberg Noord). Daar kan je ook nog een kaartje kopen bij de radiobaken caravan.(indien beschikbaar)

vrijdag 17 september 2010

de leesclub op rood|noot - editie nr 1














woensdag 15 september 2010 - Luigi Pirandello 'Zes personages op zoek naar een auteur (1921)
v.ln.r. (aan tafel) Sebas, Scarlet, Pieter, Daan, Eli Elise & Hilde
foto Peter Kolpa

stadserf Rood|Noot met informatie op brede school waterwin leidsche rijn








foto's © 2010 peter kolpa

vrijdag 10 september 2010

stadserf rood|noot in utrechts archief

Op zondag 12 september 2010 strijkt stadserf Rood|Noot neer in het Utrechts Archief. Aan de hand van het gedicht Duizend van Esther Jansma zal getracht worden duizend jaar geschiedenis tastbaar te maken.

De 'geschiedenisles' is te zien en te beluisteren om:
13u 14u 15u 16u & 17u
Beperkt aantal lig- en zitplaatsen.
Toegang vrij

Het Utrechts Archief
hoek Hamburgerstraat / Lange Nieuwstraat

dinsdag 7 september 2010

lijnperspectief

Lijnperspectief is een methode om de diepte zoals die wordt gezien in werkelijkheid weer te geven op het platte vlak, in een schilderij bijvoorbeeld. Op een foto is lijnperspectief echter ook te herkennen.
De renaissanceschilder en -architect Hans Vredeman de Vries heeft veel invloed gehad op Hollandse schilders die lijnperspectief gebruikten, zoals Saenredam met zijn kerkinterieuren, en Pieter de Hoogh met zijn vloertegels.
Pieter Janszn. Saenredam - Interieur Sint Bavokerk Haarlem, 1660

zaterdag 4 september 2010

donderdag 2 september 2010

esther jansma - duizend

In het lange, epische gedicht 'Duizend' (tien pagina's) schetste Esther Jansma duizend jaar geschiedenis van de mensheid. Het gedicht verscheen eerder in een aparte jaarwisselingsuitgave van De Arbeiderspers, waarvoor 'tijd' natuurlijk een toepasselijk thema is. Ze reist daarbij langs Tiel, Canterbury, Wittewierum, Kortrijk, De Wereldzee (Columbus), Alkmaar, Bougon, Cuzco, Viareggio en eindigt in Amsterdam in het jaar 1999. Het begint in Tiel, waar hongersnood en leed aan de orde van de dag zijn rond het jaar 1000 en in het jaar 1006 wordt het nog erger.

Dat jaar plunderden Vikingen de handelsstad Tiel.
Godzijdank weet geen mens wat hem wacht.

en:

In onze woonplaatsen heeft de zee de dijken geslecht.
Akkers en boerderijen overstroomd. En nog een ding

zegt hij: rondom vijfduizend mensen verdronken.
(p. 40)

Veel ellende wordt met ironie tegemoet getreden.

Gelukkig
gebeurden er soms grappige dingen, galoppeerden
bijv. duizend paarden met te dikke mannen verkeerd en
verzopen. Bij Kortrijk was dat.
(p. 42)

Met Columbus op pad in 1492 is anders dan in de geschiedenisboeken achteraf:

Vannacht vallen wij van de wereld, vannacht vallen wij
van de wereld. Columbus' vaarlui, kerels die merendeels vrij-
willig aan boord waren, weenden
(p. 43)

Bij Viareggio (1822) gaat het - ook al zijn het de tijden van de grote Engelse romantische dichters - niet veel minder hard aan toe:

Diezelfde achtergrond waar lord Byron
naar verdween tijdens het verbranden van het lijk
van zijn vriend Shelley. Werkelijk cremeren is
een te duur woord voor hoe dat ging: de hitte van zon

en vuur waren zo intens dat de lucht ging trillen en beven.
Het lichaam barstte open en het hart kwam bloot.
(p. 47)

Dit lange gedicht is eigenlijk een Leerdicht. Maar de conclusie leert juist dat mensen van de geschiedenis niets leren en sterker nog, dat ze de geschiedenis niet kunnen onthouden of bevatten:

Alle beroerde dingen, alle handelingen die zo verkeerd
zijn dat ze niet in je hoofd passen, zijn gebeurd.
(p. 48)