Posts tonen met het label gorter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gorter. Alle posts tonen

dinsdag 31 mei 2011

herman gorter - leesMEI - merijn schipper

Gorter en de Tachtigers
Herman Gorter (1864-1927) behoorde tot de generatie van de Tachtigers, die vooral bekend is vanwege Kloos' adagium dat poëzie 'de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie' was. Dat leidde in de poëzie tot toepassing van neologismen (zoals ritsellicht en tintelsneeuw) en beeldspraak die niet langer vooral leunde op de bijbel en de Griekse mythologie, maar zoals ook bij Gorter, steeds meer op de levende Nederlandse natuur.

Gorter was binnen de generatie van de Tachtigers een vreemde eend in de bijt. Niet alleen was hij een periode socialist – wat tegenover het ultieme individualistische adagium van de Tachtigers stond, maar ook liet hij al vrij vroeg in zijn carrière de vaste versvorm los. Bovendien stapte hij van het gebruik van het eindrijm af en toonde een zekere minachting voor correcte syntaxis of zinsbouw.

Van kind naar volwassene
Mei heeft een filosofisch-metafysische inslag: de idee dat de vergankelijke natuur en de eeuwige ziel nooit tot een blijvende verbintenis kunnen komen. De dichter zou als een van de weinige stervelingen iets van die ziel kunnen voelen en dat kunnen verklanken in poëzie.

Voor wie ook maar enigszins van gedichten houdt, is de Mei als aarde en brood; het hoort bij je, je hebt het nodig, je wilt er mee leven. 'De meeste mensen kennen alleen de eerste regel – "Een nieuwe lente en een nieuw geluid"', aldus initiatiefnemer Hans Heessen. 'Bijna niemand heeft het ooit helemaal gelezen. Pagina voor pagina moet het samen lukken.' In het vijfduizend regels tellende gedicht wordt het leven zintuiglijk en klankrijk verdicht. Het omschrijft de overgang van lente naar zomer, van kind naar volwassene.

dinsdag 24 mei 2011

leesMEI - integrale lezing van herman gorters MEI - donderdag 2 juni 2011 stadserf rood|noot


















met o.a. Lucia Claus (directeur stadsschouwburg Utrecht), Bas Blokker (redacteur NRC), Ester Naomi Perquin (dichter), Jaap Röell (voorzitter Kunstliefde), Ype Driessen & Willem Stam (makers van de fotostrip Ype & Willem), Roel van Broekhoven (tv-maker In Europa), Dorine Wiersma (comédienne), Beatrijs Smulders (verloskundige /publiciste), Roel van Dalen (documentairemaker), Michele Hutchison (redacteur De Arbeiderspers), Arend Jan Heerma van Voss (oud-voorzitter VPRO), Raj Mohan (muzikant /dichter), Walter Crommelin (acteur), Arthur Adam (zanger /tekstschrijver), A.L. Snijders (schrijver), Maarten Das (dichter), Lennard van Rij (dichter), Koos Dalstar (dichter), Bouchra El Zrak (onderwijzers in opleiding), Arjan Peters (literatuurcriticus de Volkskrant), Karin Amatmoekrim (schrijver), Ellen Deckwitz (dichter), Buffi Duberman (zangcoach), Hans Dagelet (acteur), Emanuel Overbeeke (muziekwetenschapper), Erik Bindervoet (schrijver /vertaler), Arjan Witte (schrijver /muzikant), Taco Schreij (coördinator Huis van de Poezië), Alicia Munoz Reyes (student), F. Starik (schrijver /dichter), Anna Woltz (kinderboekenschrijver), Lammert Voos (dichter /schrijver), Ralph Rousseau Meulenbroeks (viola da gamba-speler), Steef Schinkel (eigenaar /programmeur Schiller Theater), Lisa Smit (scholier /acteur), Edward van de Vendel (schrijver), Merijn Schipper (dichter), Kila van der Starre (dichter), Anne Broeksma (dichter), Suze de Lang (student cultureel erfgoed), Youri Post (filosofiestudent), Jan Jutte (illustrator), Britt Stubbe (muziekjournalist /presentator), Nina Smit Duyzentkunst (onderwijzer), Auke Leistra (vertaler), Henk van Rossum (gitarist), Esther Wouda (dramaturg), Ena Sendijarevic (student filmacademie), Joeri Kloppert (student filmacademie), Maud Coppes (presentator), Marloes te Riele (tekstschrijver), Elli Bleeker (onderzoeksassistent Huygens Instituut), André Baars (directeur festival De Beschaving), Hans Schellekens (schrijver), Jos te Water Mulder (oprichter Dirkje Kuikmuseum), Sofieke Sparla (chocoladekunstenaar en dierenoppasser in Artis), Peter Drehmanns (schrijver /dichter), Julia Jansen (student scenario filmacademie), Kees Wennekendonk (zanger /tekstschrijver /tekenaar /brillenontwerper, Jean Brüll (dichter /schrijver /Vestdijkoloog, Bastiaan Tichler (muzikant /scenarioschrijver), Marein Baas (dichter), Simon Mulder (dichter), Lex Veerkamp (wiskundige /publicist), Pien Feith (zanger /tekstschrijver), Anton de Goede (VPRO De Avonden), Rienk Wielenga (De Academie Het Nut Voorbij), Emmelie Zipson (zanger /acteur), Marte van den Hoed (filmtheater Kriterion), Rutger Tummers (eerstejaar acteursopleiding HKU), Elze Struijk (muziekprogrammeur), Lamia Makaddam (dichter /vertaler Arabisch), Meral Polat (acteur), Daniëlle Serdijn (literatuurcriticus De Volkskrant), Thijs van Vuure (muzikant /vervogelaar), Ellen Groenendijk (schilder), Guido van de Wiel (vertaler), René Huigen (dichter), Nouchka van Brakel (filmmaker), Kees 't Hart (schrijver /dichter), Renzo Verwer (schaker /schrijver), Anna van der Horst (kunstenaar), Aart van Zoest (hoofdredacteur van internettijdschrift Piperade), Isaak Mol (`t Groene Sticht), Harold K (zanger /tekstschrijver)

dinsdag 18 mei 2010

merijn schippers leest MEI














foto Nicole Montagne

even stil bij MEI














foto Marischka Verbeek

warmte bij MEI


















foto Peter Knipmeijer

gonny gaakeer & maureen teeuwen lezen MEI




gonny gaakeer
















maureen teeuwen
















foto's Don Duyns

sera rotmans leest MEI














foto Jos Lemaier

zondag 16 mei 2010

inschrijving voor LeesMEI editie nr.2 mei 2011 is geopend

Je kunt vanaf heden opgeven voor Edtie nr.2 van LeesMEI 2011 mei:
jaarlijks terugkerende marathonlezing van MEI van Herman Gorter.
Stuur een bericht naar leesmei@roodnoot.org

maandag 10 mei 2010

Hendrik de Vries (1896-1989) over MEI

Gorter, Gorter!

'k Heb uw Meizang willen lezen

Maar begon al gauw te vrezen

Dat het, voor mijn dood, niet uit zou wezen

Korter! Korter! Korter!

donderdag 6 mei 2010

over MEI - herman gorter

'Sommige werken leest en herleest men om de wijsheid van geest, de poëzie der gedachte. Mei leest en herleest men om de heerlijkheid van het leven, om de poëzie der onmiddellijke natuur. In geen ander gedicht, voor of ná [18]'80 is zij sterk aanwezig. Men laat de moderne natuurpoëzie graag beginnen bij Guido Gezelle. Hij heeft, evenals Gorter, diepe directe natuurervaringen gekend, maar zijn natuurpoëzie is in wezen godsdienstig. De natuur getuigt, spreekt, looft en prijst. Zij is dienares, de beleving van haar eenheid is verbonden aan een geestelijke conceptie. Dat is in Mei nog niet het geval, ook niet waar het gedicht een sprookje wordt. Het blijft dan poëzie van het onmiddellijke natuurlijke leven, het is nooit het sprookje met een gedachte als doel, zoals de Kleine Johannes.'

uit: Herman Gorter Gedichten - gekozen en ingeleid door J.C. Brandt Corstius (1946)

woensdag 5 mei 2010

opbouw Mei - herman gorter

Boek 1: Mei is nog een kind, bevangen door de schoonheid van de natuur.

Boek 2: de ontdekking van de ziel, beschrijving van die onbeschrijfelijke ziel.

Boek 3: handelt over het afscheid, onthechten, de dood die onvermijdelijk is.

dinsdag 4 mei 2010

samenvatting Mei - herman gorter

Boek 1: Als April sterft, wordt Mei geboren. De maan is haar moeder, de zon haar vader. Ze komt aan in Holland in een boot en verkent de Hollandse kust. In een weiland ontmoet ze een vrouw, die haar van alles vertelt over Holland.

Boek 2: Mei trekt verder het land in. Dan verschijnt de blinde god Balder, die in strofische verzen zingt. Als hij weg is, gaat Mei hem zoeken.. Via een spinster op een wolk vindt ze z'n vader Wodan. Balder is verdwenen en iedereen is bedroefd. Maar Mei heeft hem voor het laatst gezien en vertelt over hem. Iedereen is een en al oor en ook de minnares van Balder, Idoena, komt te voorschijn. Iedereen gaat dansen en Mei blijft alleen met Wodan, wordt bang en vlucht. Dan vindt ze Balder en korte tijd zijn ze samen gelukkig. Dan wordt de harmonie verbroken, Balder houdt een toespraak over ziel en zintuigen. Ze weten dat ze niet voor elkaar bestemd zijn en Balder vertrekt. Eeuwigheid en sterfelijkheid kunnen niet samengaan.

Boek 3: De dichter zwerft met de bedroefde Mei rond in de polder. De vrouw komt weer ten tonele. Ze gaan naar de stad en slapen in het huis van de dichter. Dan komt Juni, de zus van Mei. Mei moet sterven. De dichter kan haar niet laten gaan en houdt haar in leven met zijn adem. Toch moet Mei sterven, het leven gaat verder.

zondag 21 maart 2010

dinsdag 16 maart 2010

herman gorter (1864-1927) - mei - een inleiding

'[…] Het gedicht heeft geen vast onderwerp. Het wil geen bepaalde gedachte in beeld brengen. Men kan niet zeggen dat het de dichter erom te doen is het sprookje te vertellen van de maand Mei. Legt men het naast een modern gedicht, dat er enigszins aan doet denken, b.v. Scheppingsdroom van M. Mok, dan bemerkt men dat in het laatste elk vers gericht is op de bedoeling van de dichter het ontwakend dichterschap in een jonge man te beschrijven. Zo'n bepaald onderwerp heeft Mei niet. Het leven zelf wordt er verdicht, uitschietend, vervloeiend naar alle kanten en toch krijgt het volkomen vorm in het argeloze verhaal met zijn natuurlijke begin en einde. Wie het zou willen na vertellen, houdt een schamele geschiedenis over die niet de moeite waard is. Wie het leest voelt: de dichter "leeft duizend levens", het diepe natuurlijke zielsleven doorstroomt hem zonder onderbreking. […]'

uit: Herman Gorter Gedichten - gekozen en ingeleid door J.C. Brandt Corstius (1946)

zaterdag 13 maart 2010



































peter kolpa © 2010

herman gorter aan zijn 'meisje' - sept. 1890

‘O, het was maar goed dat ik gisteravond wegging. Dat gepraat, dat onnoozel, dof gerommel van woorden, dat maakt me soms wanhopig. Is het niet verschrikkelijk, zoo maar te praten, en weinig of niets te denken? Er is zoo weinig menschelijks in. Het maakt me bang en benauwd er tusschen te zitten. Ik houd van heldere stemmen en van schitterende oogen, en bloed en een kloppend hart. Ik houd van stilte en zacht helder denken. Het was maar goed dat ik wegging.’

diepenbrock aan zijn ouders - jan. 1889

‘Ik ben erg benieuwd wat u er van zal vinden als u het leest; het komt nu spoedig uit. Gorter schreef mij dat hij het bij Van Eeden had voorgelezen, en dat hij daar ieder oogenblik op het kleine stoeltje, waar hij op zat, moest denken onder 't lezen aan het kleine kamertje op de Heerengracht, waar wij samen die heerlijke Saterdagavonden hebben doorgebracht, toen hij het vers voorlas, iedere week een nieuw stuk, en van tijd tot tijd een pause maakte om een stukje grijs roggenbrood te eten.’


















peter kolpa © 2010

dinsdag 9 maart 2010

de lente komt van ver, ik hoor hem komen

De Lente komt van ver, ik hoor hem komen
en de boomen hooren, de hooge trilboomen,
en de hoge luchten, de hemelluchten,
de tintellichtluchten, de blauwenwitluchten,
trilluchten. […]

uit: Verzen (1890) Herman Gorter